Wat is een COOCK project?

Ondernemingen worden meer en meer uitgedaagd om flexibel in te spelen op economische en maatschappelijke uitdagingen. Helaas beschikken veel ondernemingen niet over voldoende eigen middelen of onderzoekscapaciteit. Voor hen is collectieve kennisverwerving en -transfer een belangrijk instrument voor innovatie. Het aanbieden van nieuwe technologie en kennis helpt Vlaamse ondernemingen, die zelf niet actief aan onderzoek doen, om te innoveren en onderzoeksresultaten te implementeren.

COOCK-projecten hebben tot doel om onderzoeksresultaten te valoriseren door het versnellen van de introductie van technologie en kennis bij een ruime groep van ondernemingen. Een COOCK-project beoogt minstens een positieve impact op vlak van economische activiteiten en de resultaten zijn te valoriseren in een zo ruim mogelijke groep van ondernemingen. Projecten kunnen daarnaast ook andere maatschappelijke doelstellingen nastreven of bijdragen tot de Vlaamse transitieprioriteiten.

Voor wie?

De doelgroep van COOCK-projecten zijn alle ondernemingen binnen het innovatiespectrum waaronder de trekkers, vroege gebruikers en vroege of late volgers. De focus ligt in hoofdzaak op kleine en middelgrote ondernemingen, maar ook grote (niet R&D intensieve) ondernemingen kunnen betrokken worden.

Een COOCK-project bestaat uit 2 onafhankelijke delen die onderling verbonden zijn:

  • Deel A dat open staat voor erkende Vlaamse onderzoeksorganisaties en is gericht op het vertalen van onderzoeksresultaten, eventuele additionele kennisopbouw, en het verspreiden en overdragen van kennis en technologie naar een ruime groep van ondernemingen.
  • Deel B dat een bundeling is van alle, al dan niet gesubsidieerde, specifieke cases van de ondernemingen waarbij de waarde van de ontwikkelde technologie of gegenereerde kennis uit deel A in een specifieke context van de onderneming toegepast wordt.

Een goed COOCK project:

  1. verbindt beloftevolle technologie of kennis met de noden van de ondernemingen uit de doelgroep;
  2. heeft voldoende draagvlak en; 
  3. geeft concreet aan hoe het gaat bijdragen tot kennisverhoging bij de doelgroep en valorisatie van de technologie en kennis. De doelgroep is daarbij voldoende vertegenwoordigd.

Doelstelling van COOCK

COOCK-projecten hebben tot doel om onderzoeksresultaten te valoriseren door het versnellen van de introductie van technologie en kennis bij een ruime groep van ondernemingen. Een goed COOCK-project is collectief en richt zich op een ruime, maar ook duidelijk afgelijnde doelgroep van ondernemingen - met nadruk op kmo’s - die de projectresultaten tijdens én na afloop van het project zullen evalueren en implementeren. Het project moet dus ambitieus zijn maar ook realistisch en haalbaar.

COOCK-projecten vergen een goede interactie met de doelgroep om ervoor te zorgen dat de projectresultaten voor hen bruikbaar zijn na afloop van het project. Het is belangrijk dat vertegenwoordigers van de doelgroep en van de waardeketen betrokken worden bij de voorbereiding van het projectvoorstel en bij de uitvoering van het project. De betrokkenheid van de doelgroep zal in grote mate het welslagen van het project bepalen.

Bij de uitvoering wordt elk project verplicht begeleid door een begeleidingsgroep, die op regelmatige tijdstippen samenkomt om de goede voortgang van het project en het nut van de projectresultaten voor innovaties bij de brede doelgroep te waarborgen. De leden van de begeleidingsgroep ontlenen door hun deelname geen rechten uit het project en staan toe dat de projectresultaten ruim verspreid worden. Ze weten dat ze via hun lidmaatschap representatief zijn voor de ruimere doelgroep van het project en dat de resultaten van het project nuttig moeten zijn voor andere ondernemingen. Leden van de begeleidingsgroep worden aangemoedigd, maar zijn niet verplicht, om zelf een bedrijfsspecifiek project te initiëren.

Bij indiening van de projectaanvraag dient de begeleidingsgroep uit minimum 5 ondernemingen met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest samengesteld te zijn, waaronder kmo’s.

Wie kan COOCK projecten aanvragen?

Een COOCK-project kan aangevraagd worden door één of meerdere erkende Vlaamse organisaties voor onderzoek & kennisverspreiding. Niet-Vlaamse onderzoeksorganisaties kunnen medeaanvrager zijn. Projecten kunnen ingediend worden in het kader van de jaarlijkse oproep COOCK, de oproepen van het Vlaams clusterbeleid of van een CORNET-oproep.

Voor wie zijn COOCK projecten bestemd?

De doelgroep van COOCK-projecten zijn alle ondernemingen binnen het innovatiespectrum waaronder de trekkers, vroege gebruikers en vroege of late volgers. De focus ligt in hoofdzaak op kleine en middelgrote ondernemingen, maar ook grote (niet R&D intensieve) ondernemingen kunnen betrokken worden.

Een actieve betrokkenheid van de doelgroep is essentieel. Om de interactie met de doelgroep te stimuleren, wordt voor elk project een representatieve begeleidingsgroep samengesteld.

Er wordt een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt tussen de leden van het aanvragend consortium om de praktische samenwerking te regelen. Alle leden hebben dezelfde rechten en plichten. Hierbij is het van belang dat alle betrokken onderzoeksorganisaties bereid zijn om de projectresultaten ruim beschikbaar te stellen, zonder preferente toegang voor eventuele leden van de organisatie of van de begeleidingsgroep.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de kenmerken van de verschillende COOCK projecten?

COOCK-project:

  • 1 oproep per jaar
  • online indienen: voor de uiterste indiendatum (najaar - cf. oproepdocument)
  • duurtijd deel A: min. 1 jaar, max. 3 jaar
  • duurtijd deel B: max. deel A + 1 jaar
  • begroting deel A:
  • min. 1 VTE, max. 1 miljoen euro subsidie

COOCK-project clusterbeleid:

  • aantal oproepen i.f.v. het clusterbeleid
  • online indienen (tijdstip af te stemmen met betrokken clusterorganisaties)
  • duurtijd deel A: min. 1 jaar, max. 3 jaar
  • duurtijd deel B: max. deel A + 1 jaar
  • begroting deel A:
  • min. 1 VTE, max. 1 miljoen euro subsidie

COOCK-CORNET:

  • 2 oproepen per jaar (zie nieuwsbericht op www.vlaio.be/cornet)
  • indienen: één indiendatum per oproep (zie: www.cornet.online)
  • duurtijd deel A: max. 2 jaar
  • duurtijd deel B: max. deel A + 1 jaar
  • begroting deel A:
  • min. 1 VTE, max. 1 miljoen euro subsidie

Wat is de typische projectduur van COOCK projecten?

COOCK-projecten starten vanuit beschikbare onderzoeksresultaten en leggen hun focus op kennisvertaling, kennisverspreiding en kennisoverdracht. Kennisopbouw binnen een COOCK-project is mogelijk, maar kan niet de hoofdmoot van het project vormen.

Binnen een COOCK-project heeft deel A een projectduur tussen 1 en 3 jaar (max. 2 jaar voor CORNET-projecten) en een min. omvang van 1 VTE.

Het opstarten van bedrijfsspecifieke cases (deel B) kan doorlopend, tot 1 jaar na afloop van deel A, waardoor de totale maximale projectduur 4 jaar bedraagt.

Welke activiteiten komen in aanmerking?

Volgende activiteiten worden voorzien binnen deel A van een COOCK-project:  collectief onderzoek: vertaalonderzoek en eventueel additionele kennisopbouw en/of generische cases; activiteiten in het kader van algemene brede kennisverspreiding en kennistransfer (seminaries, publicaties, workshops, demonstraties, lezingen, website, enz.).

De activiteiten van de bedrijfsspecifieke case (deel B) kunnen variëren van het uittesten van de haalbaarheid tot het implementeren van een technologie/kennis binnen één of meerdere ondernemingen.

Kan er een beroep gedaan worden op onderaannemers?

De aanvragers kunnen beroep doen op onderaannemers om specifieke expertise en competentie in te brengen in het project (bv. softwareontwikkeling, specifieke kennis omtrent wetgeving, samenwerking met een cluster voor verdere dienstverlening en kennisverspreiding). Voor elke onderaanneming vanaf € 8.500 moet er, ter onderbouwing van deze kost, bij de aanvraag een offerte gevoegd worden. De aanvragers dienen de wetgeving voor overheidsopdrachten na te leven.

Indien dit bijdraagt tot de efficiëntie en snelheid van het project, kan een niet-Vlaamse onderzoekorganisatie die voldoet aan de EU-definitie van onderzoeksorganisatie deelnemen als onderaannemer (voor maximum 20% van de in aanmerking komende projectkosten). De relevantie hiervan dient aangetoond te worden. Dezelfde regels die gelden voor Vlaamse onderzoeksorganisaties zijn van toepassing.

Hoe groot is de omvang van de steun?

Het basissteunpercentage voor deel A van een COOCK-project bedraagt 50%. Via een resultaatsverbintenis kan het steunpercentage voor deel A oplopen tot 100%, i.e. in functie van de behaalde KPI’s, alsook de budgettaire inspanningen van alle bedrijfsspecifieke projecten, kan een steunbonus van 50% bovenop het basissteunpercentage verworven worden.

Dit wordt opgevolgd aan de hand van twee streefwaarden:

  • KPI 1: aantal unieke ondernemingen waarbij een bedrijfsspecifiek project, gelinkt aan deel A van het COOCK-project, wordt opgestart tijdens of tot twee jaar na het einde van deel A;
  • KPI 2: aantal bedrijfsspecifieke projecten, gelinkt aan deel A van het COOCK-project, die opgestart zijn tijdens of tot twee jaar na het einde van deel A.

Met betrekking tot de resultaatsverbintenis wordt enkel rekening gehouden met die projecten die in de periode tussen de start van het project en tot 2 jaar na het einde van deel A van het COOCK-project worden opgestart en waarbij de inzetbaarheid en de economische haalbaarheid in een bedrijfsspecifieke context werden geëvalueerd. Tijdens het COOCK-project, m.a.w. in een periode van de start van het COOCK-project tot en met 2 jaar na afloop van deel A, dient deel B een voldoende hoeveelheid aan opgestarte bedrijfsspecifieke projecten (waarvan de haalbaarheidsstudie in die periode is gerapporteerd) te omvatten zodat die in hun totaliteit minstens even grote (geplande) budgettaire inspanningen vertegenwoordigen als deel A van het COOCK-project.

Het is aangewezen om een back-up plan te voorzien voor eventuele cofinanciering. Indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor resultaatsverbintenis dient het aanvragend consortium zelf in te staan voor de bijkomende financiering (kan door eigen middelen of door bijdragen van ondernemingen). Afspraken hieromtrent dienen opgenomen te worden in de samenwerkingsovereenkomst.

Hoe situeert COOCK zich t.o.v. andere projectformules?

Projecten die zich richten op risicovol, grensverleggend toepassingsgericht onderzoek passen in andere subsidiekanalen zoals de strategische onderzoeksprogramma’s SBOICON of IRVA.

Projecten die zich exclusief richten op de noden of het technologieaanbod van één of enkele ondernemingen of het verder afwerken van generische projectresultaten in bedrijfseigen toepassingen, worden doorverwezen naar andere steunkanalen, zoals INNOVATION BOOSTING, VLAIO ontwikkelingsprojecten of Baekeland / Innovatie-mandaten.

Ten opzichte van TETRA, ligt de focus van COOCK-projecten veel meer op de bredere implementatie van onderzoeksresultaten bij een ruime groep van ondernemingen aan de hand van bedrijfsspecifieke projecten, daar waar de focus van TETRA-projecten gericht is op recent beschikbare kennis te vertalen in concrete, nuttige informatie zodat op korte termijn, na afloop van het project, de doelgroep sneller en efficiënter kan innoveren. Daarnaast vereist een TETRA-project doorstroming van de resultaten naar hogeschoolopleidingen en geïntegreerde opleidingen van de aanvragers.

Wat met Intellectuele eigendomsrechten, exploitatie van resultaten en kennisverspreiding?

Het projectconsortium is de enige eigenaar van de resultaten en heeft de plicht om de projectresultaten, die binnen het kader van deel A van het COOCK-project gegenereerd worden, zo breed mogelijk te verspreiden en over te dragen naar een ruime groep van ondernemingen op marktconforme wijze en zonder exclusieve rechten. Elke geïnteresseerde onderneming of organisatie in de Europese Gemeenschap moet toegang hebben tot de resultaten en dit op gelijke basis.

Elke projectaanvraag dient aan te geven welke eigendomsrechten er reeds bestaan en hoe de afspraken kunnen zijn met de ondernemingen bij verder gebruik van de projectresultaten. Projecten waar IPR-afspraken een te grote belemmering vormen voor de brede kennisverspreiding of ruime benutting van de resultaten kunnen uitgesloten worden.

Het projectconsortium stelt (na steuntoezegging) een samenwerkingsovereenkomst op. Deze regelt de (mede-)eigendom van de projectresultaten en de gebruiksrechten op de achtergrondkennis. De naleving van de staatssteunregelgeving blijft evenwel de verantwoordelijkheid van de projectpartners.

Hoe worden de COOCK-projecten beoordeeld en opgevolgd?

Voor de evaluatie of een bedrijfsspecifiek project weerhouden wordt als onderdeel van deel B van het COOCK-project en de KPI’s, worden volgende evaluatiecriteria gehanteerd:

  1. Uitgevoerd door een Vlaamse vestiging: het project wordt uitgevoerd door een Vlaamse vestiging van een onderneming. Hiervoor kan, zoals eerder vermeld, eventueel steun aangevraagd worden bij het agentschap. Een onderneming kan er ook voor kiezen om een studieopdracht uit te besteden aan één van de betrokken onderzoeksorganisaties (i.c. KMO-portefeuille).
  2. Link met het COOCK-project: een goed bedrijfsspecifiek project heeft een duidelijk causaal verband met de doelstellingen van deel A van het COOCK-project. Dit wordt concreet beargumenteerd in deel B van de verslaggeving van het COOCK-project.
    Ook dient de potentiële meerwaarde van het project voor de onderneming overeen te stemmen met de vooropgestelde economisch toegevoegde waarde van deel A van het COOCK-project.
  3. Opgestart binnen de twee jaar na afloop van deel A: enkel de bedrijfsspecifieke projecten die zijn opgestart binnen de 2 jaar na het beëindigen van deel A komen in aanmerking voor deel B en de KPI’s. Bij de uitwerking van het projectvoorstel en de contacten die de aanvrager daarbij heeft met de doelgroep, worden waarschijnlijk reeds plannen tot het opstarten van bedrijfsspecifieke projecten geïdentificeerd, waarbij de onderneming baat heeft bij de technologie/kennisoverdracht uit deel A. In de template voor de projectaanvraag (deel A) kunnen die aangegeven worden (voorheen was dit in de template deel B).
  4. Technologische en economische haalbaarheid: de technologische inzetbaarheid en de economische haalbaarheid in de bedrijfsspecifieke context moeten minstens onderzocht zijn en aangetoond worden door middel van een kort verslag.
  5. Uniekheid van het bedrijfsspecifiek project: Een goed bedrijfsspecifiek project is uniek, in die zin dat het project gelinkt is aan slechts één COOCK-project. Eenzelfde onderneming kan verschillende projecten uitvoeren binnen één COOCK-project, zolang er globaal voldoende ondernemingen deelnemen aan deel B.

In het geval van een positieve beslissing wordt een overeenkomst opgemaakt tussen het Hermesfonds en de projectaanvragers. De overeenkomst tussen de partijen en het Hermesfonds komt tot stand op de beslissingsdatum van de subsidietoekenning, tenzij de begunstigde binnen één maand na verzending van de beslissing tot subsidietoekenning kenbaar maakt het project niet op te starten.

De succesindicatoren (KPI’s) met bijhorende streefcijfers zullen in de beslissing tot subsidietoekenning vastgelegd worden. Het is de bedoeling om op die manier het verloop/succes van de projectuitvoering te kunnen monitoren.

Indien er meerdere aanvrager(s) samenwerken, wordt een samenwerkingsovereenkomst tussen de partners opgemaakt die minimaal en op voldoende wijze de praktische samenwerking regelt, evenals de afspraken inzake de eigendom en exploitatie van de projectresultaten. Deze overeenkomst dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het Hermesfonds.

De uitbetaling van de subsidie gebeurt in verschillende schijven (bij de start en tijdens de looptijd van het project, jaarlijkse schijven van 25% van de projectbegroting), die gekoppeld worden aan de vervulling van noodzakelijke voorwaarden. De laatste schijf (max. 25%) wordt uitbetaald na goedkeuring van de laatste rapportage van deel B ten laatste 1 jaar na het einde van deel A van het COOCK-project.

Contacteer ons

Heb je nog vragen over COOCK-projecten? Laat het ons weten!